Het project HW2O van HWodKa omvat o.a. maatregelen om de belasting van de bodem door machines te beperken. Het streven is om de bandspanning tijdens voorjaarswerkzaamheden en de oogst te beperken tot maximaal respectievelijk 0,5 en 1 bar. Hiermee leg je ook automatisch beperkingen op aan de maximale aslast. Daarnaast is het streven om niet meer  door de open-voor te rijden tijdens het ploegen.
 
De max - 0,5/1,0 bar - regel is een vuistregel die bijvoorbeeld goed gebruikt kan worden bij de bandenkeuze.  Deze drukregel houdt geen rekening met de bodemtoestand. Als de bodem droog en draagkrachtig is kan hij meer hebben, onder natte omstandigheden is 0,5/1,0 bar nog te hoog.
 
Voor de nuancering van de vuistregel is het nodig om de draagkracht van de bodem er bij te betrekken. De draagkracht wordt in hoofdzaak bepaald door het bodemvochtgehalte, dat is bij iedere akkerbouwer bekend. Naarmate de bodem vochtiger is neemt de draagkracht af en de schade door berijding toe. 

200421 Bodemdruk irt vochtgehalte III

 
Afb. 1 De structuurschade neemt exponentieel toe met de toename van het vochtgehalte tijdens berijding. De toepassing van flexibele banden op trekker-kiepercombinaties, bij voorkeur in combinatie met DWS (drukwisselsysteem), biedt mogelijkheden om te voldoen aan het druk-criterium om onder de schadedrempel te blijven. Voor de huidige generatie zelfrijdende bunkerrooiers is dat lastiger, hier bieden alleen tracks soelaas.
 
Met de introductie van ultra flexibele banden, die een hoog draagvermogen combineren met een lage bandspanning, drukwisselsystemen (DWS) en rubber tracks kan de belasting van de bodem drastisch gereduceerd worden, zo blijkt ook uit onze praktijkervaringen. Wel moeten we voorkomen dat we dezelfde 'fout' maken als in het verleden toen de toepassing van lage drukbanden gepaard ging met verhoging van de aslast waardoor de spanningen steeds dieper reikten in de bodem en we nu met het probleem van ondergrondverdichting geconfronteerd worden.
 
Tegenwoordig roept iedereen dat het 'lichter' moet, maar dat heeft ook een keerzijde. De belangrijkste voorwaarde voor nieuwe logistieke systemen is, dat de capaciteit (ton/uur) niet omlaag mag. Als je met lichtere machines werkt, spaar je de ondergrond, maar heb je er meer units nodig om dezelfde capaciteit te houden, wordt er meer gereden over het land en dus meer oppervlakkige (bouwvoor) schade toegebracht. Naast de max - 0,5/1,0 bar - regel hebben we nog een tweede regel nodig, de min - kg x m - regel. Simpel gesteld: we zoeken een systeem waarbij de schadedrempel niet overschreden wordt èn waarbij zo weinig mogelijk machine-bewegingen op het veld gemaakt worden. De populariteit van (zware!) drie-assers met DWS is vanuit deze optiek niet verrassend: lagere aslasten en minder machine bewegingen op het veld dan bij 2-assers.
 
De min - kg x m - regel kun je met ABW (Algemene Boeren Wijsheid) toepassen en dat gebeurt ook in de praktijk. Voor de chauffeurs zou het echter makkelijk zijn wanneer zij een logistieke planner aan boord hadden: wanneer en waar moet ik mijn bunker lossen, wanneer en waar moet ik een vracht oppikken en welke paden moet ik gebruiken om zo weinig mogelijk schade aan de bodem toe te brengen. De stap naar autonoom veldtransport is dan niet zo groot meer.
 
Op de weg kun je goed merken hoeveel energie het vervormen van een slappe band kost. In het veld, waar relatief langzaam gereden wordt, is het niet de vervorming van de band die de meeste energie vraagt, maar de vervorming van de bodem. Simpel geredeneerd: hoe meer brandstof het kost om een (volle) kieper over het land te trekken hoe meer schade aan de bodemstructuur wordt toegebracht. Het brandstofgebruik kan als maat voor de schade aan de bodemstructuur dienen. Door kennis van de bodemvochttoestand (uit bodemvochtsensoren) slim te combineren met het brandstofgebruik (trekkerdata) moeten we in staat zijn om de drukregel te nuanceren om de maximaal toelaatbare bodembelasting beter af te stemmen op de draagkracht.
 

Onze conclusie: het reduceren van de bodembelasting vergt minder ijzer en meer rubber, maar vooral meer intelligentie.

De Stichting de Hoeksche Waard op de Kaart, opgericht in 2005, is een initiatief van innovatieve Hoekschewaardse akkerbouwers. De stichting stelt zich ten doel om d.m.v. innovatie de vitaliteit van de grondgebonden landbouw te verbeteren en tegelijk voorwaarden te scheppen voor behoud cq ontplooiing van natuur en landschappelijke waarden.

 

De uitvoering van HWodKa-projecten wordt mede mogelijk gemaakt door:


Europees landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling
ELFPO:

Europa investeert in zijn
platteland